Moet het eerst écht slecht met je gaan voordat je in therapie gaat?
Nee.
Soms is er een duidelijke aanleiding. Je loopt vast, voelt je uitgeput, hebt veel spanning in je lichaam of merkt dat emoties je steeds vaker overspoelen.
Maar het kan ook veel subtieler zijn.
Misschien functioneer je prima. Je gaat naar je werk, zorgt voor anderen en doet wat er van je verwacht wordt. En toch voel je ergens: zo wil ik niet blijven doorgaan.
Je merkt bijvoorbeeld dat je steeds in dezelfde patronen terechtkomt. Dat je moeilijk je grenzen aangeeft, jezelf gemakkelijk wegcijfert of voortdurend bezig bent met wat anderen van je vinden. Misschien verlang je naar verbinding, maar vind je het tegelijkertijd spannend om iemand werkelijk dichtbij te laten komen.
Of je lichaam begint steeds duidelijker van zich te laten horen. Spanning in je buik, schouders of kaken. Een adem die hoog blijft zitten. Onrust, vermoeidheid of simpelweg het gevoel dat je nooit helemaal kunt ontspannen.
Je hoeft niet eerst te weten waar dat allemaal vandaan komt.
Dat kunnen we samen onderzoeken.
In mijn lichaamsgerichte werk kijken we niet alleen naar je verhaal, maar ook naar wat je lichaam vertelt. Naar je adem, spanning, emoties, grenzen en de patronen die ooit misschien nodig waren, maar je nu in de weg zitten.
Therapie betekent voor mij dan ook niet dat er iets mis met je is.
Het betekent dat je bereid bent nieuwsgierig te worden naar jezelf.
Misschien is het tijd voor therapie wanneer je voelt:
ik hoef niet langer alleen maar door te gaan.
Ik wil ontdekken wat er mogelijk wordt als ik werkelijk naar mezelf ga luisteren.

Geef een reactie