Soms zegt je lichaam wat je hoofd nog niet kan vertellen.
Je schouders staan gespannen. Je buik voelt hard. Je kaken zijn strak of je merkt dat je adem nauwelijks verder komt dan je borst. Vaak willen we die spanning zo snel mogelijk weg hebben. Maar wat als je lichaam niet tegenwerkt, maar juist iets probeert te vertellen?
Onze adem reageert voortdurend op wat we voelen.
Bij angst houden we onze adem in. Bij spanning wordt hij oppervlakkiger. Bij verdriet stokt hij soms in onze keel. En wanneer we onszelf lange tijd sterk hebben moeten houden, kan ook onze adem zich daaraan aanpassen.
In mijn lichaamsgerichte werk gebruiken we de adem niet om iets te forceren. We worden juist nieuwsgierig naar wat er gebeurt wanneer je aanwezig blijft bij je adem, je lichaam en wat je daar voelt.
En dan is er soms ineens die ene zucht.
Niet bedacht. Niet gestuurd. Hij komt vanzelf.
Je voelt je schouders iets zakken. Je buik wordt zachter. Er ontstaat ruimte in je borst. Alsof je lichaam voor een moment zegt: ik hoef het even niet meer vast te houden.
Dat kleine moment van ontspanning kan veel betekenen. Soms volgt er stilte, soms verdriet, een trilling, warmte of juist opluchting. En soms blijft het gewoon bij die heerlijke diepe zucht.
Het gaat niet om zo diep mogelijk ademen of emoties tevoorschijn te halen. Het gaat om ruimte maken voor wat er al is.
Wanneer je je veilig genoeg voelt om even niet meer vast te hoeven houden, kan je adem vanzelf veranderen. Spieren kunnen verzachten, emoties krijgen ruimte en je zenuwstelsel kan meer tot rust komen.
Daar ontmoeten adem, emotie, spanning én ontspanning elkaar.
En soms begint dat allemaal met die ene diepe zucht…
waarbij je lichaam eindelijk even loslaat.

Geef een reactie